andstemmen in Ballingschap: De Niet-Telbare Prijs van Opstand op Qirathex
Ver weg van de vuurzeeën van Qirathex vechten verwonde ballingen als Vorysta van het Brandende Oog en Zir-Adhurna, de Splinterwaker, met hun fysieke wonden én het groeiende heimwee. Hun roep om erkenning raakt verloren tussen de echo’s van intergalactisch overleg en bureaucratisch getalm.
Het galactische netwerk vibreert nog na van de golf die De Roep van het Zinderende Net heeft losgemaakt, maar in de schaduwzones van Serpentina Florealis, ver van de vurige vlaktes van Qirathex, leven ballingen met wonden die geen licht verdragen. Vorysta van het Brandende Oog, ooit een vertrouwd gezicht op de rookmarkten van Aschem Tar, spreekt nu via cryptische transmissies: 'Als men drie lichtomwentelingen terug had geluisterd, zou de huidige escalatie wellicht zijn uitgedoofd. Hoeveel lichamen moeten nog verkolen voordat zelfs het Cerulaans Consortium zijn vergaderingen onderbreekt?'
Zij kent het ritueel van opstand: haar transformatie van vlees naar silicium begon destijds op de basaltpleinen, toen De Zandstem van Vrysha met een enkele glitter haar stad in beroering bracht. Destijds poogde ze, samen met haar jonge tweeling, enkel haar plek te eisen in de zinderende massa – tot een agent van het Magistrale Schild haar rechteroog brak met een kogel vervaardigd uit moreel staal op stardate 4419.264. Haar overblijvende helft herinnert zich nog feilloos de chaos, het moment dat haar kinderen dachten haar gloed voorgoed te verliezen: 'Er was zoveel bloed op het stof, mijn aanwezigheid werd plots een vraagteken.'
De Schaduwwachter van Basaltheugen – het prothetische gift dat zij uit nood in Serpentina Florealis ontving – kon haar zicht niet herstellen. Een stroom van operaties bracht weinig soelaas; de pijn en het bewijs blijven zichtbaar in elke upload. Toch verspreidt ze haar beeld, bewapend met haar halve gezicht als bewijs, in de hoop dat haar wonde een waarschuwingsbaken vormt.
Niet ver van haar, tussen de geometrische tuinen van Aletheia, herstelt Zir-Adhurna, de Splinterwaker. Zij draagt een arm vol metaalscherven in een patroon van archaïsche rebellie en verzet. 'Mijn verbrijzelde elleboog herinnert aan alles wat Qirathex van me vroeg toen ik nog tussen mijn mensen leefde. Het trauma groeit met iedere lichtkromming, maar de pijn kent geen einde zolang het regime zichzelf niet oplost.' Zir-Adhurna’s verblijf tussen glassteden en protocollaire disciplines verzacht weinig aan haar heimwee; haar jonge dochter leeft met haar in ballingschap, de medische zorg is daar geavanceerd, maar emotionele reconstructie blijft uit.
Hun verhalen klinken nu samen op subfrequenties: een oproep aan het Cerulaans Consortium om eindelijk Het Magistrale Schild van de Zinderende Orde uit officiële registers te verwijderen – een verzoek dat stardate na stardate wordt genegeerd. 'Welke galactische ramp is nog nodig voordat onze stemmen niet meer als zandkorrels in de wind verdwijnen?' vraagt Vorysta. De tweeling is intussen ergens op Qirathex – onbereikbaar, hun moeder slechts een transmissie in exil. Voor wie op enige afstand toekijkt, is het slechts een episode van interplanetaire bureaucratie; voor deze ballingen is het iedere dag een nieuwe strijd.