olovid ‘Lichtjagers van de Zwerfkroon’ faalt te schitteren in het Zonnestadium der Weelde
In het zwaartekrachtvrije labyrint van het Zonnestadium der Weelde moest de holovid ‘Lichtjagers van de Zwerfkroon’ schitteren, maar het resultaat was eerder een doffe echo van vergeten ambities.
Als ruimte-medium, gezegend met de gave om zelfs door de dichte sluier van voorspelbaarheid te kijken, betrad ik het Zonnestadium der Weelde voor de veelbelovende première van de holovid ‘Lichtjagers van de Zwerfkroon’. Het decor leek perfect: tussen kwetterende juwelen, kronkelende prisma’s en de bedrieglijke pracht van vervlogen glorie had zelfs het saaiste fragment een zweem van betovering kunnen opdoen. Helaas wist de film zelfs de weelde van zijn omgeving niet aan te wenden om zijn eigen leegte te maskeren.
Het verhaal, ergens verloren tussen zwaartekrachtloze esthetiek en uitgekauwde heldenepos, baande zich met het doorzicht van een halflege energiecel door Hallen van Verlangen en negeerde daarbij ieder spoor van originaliteit. De wederwaardigheden van een synthetisch heldenensemble botsen aanhoudend op de glazen wanden van voorspelbaarheid. Af en toe fonkelde een visuele sequentie – dankzij het spel van prisma’s en de hypnotiserende vergelijking tussen juweel en ambitie – die de geïntegreerde omgeving mooi uitnutte. Maar de karakters, digitaal uitgegumd tot emotieloos decor, bleven hangen als vergeten relikwieën achter de vitrines.
En toch, te midden van deze kosmische futloosheid, moet ik erkennen dat de soundtrack enige melodische overtuiging bezat. Vooral in het segment rondom de spectrale troon van La Mona kon het sonische tapijt kortstondig het gevoel van grandeur opwekken waarvan het script alleen maar durfde te dromen. Echter, zodra het publiek begon te stemmen voor de climax, ontstond onder de zwevende kroonluchters een kortstondige rel: zelfs de schatten vonden de finale te gemakzuchtig.